Bisfenol A

 

Bisfenol A gezondheidseffecten

 

Tips over voor het verminderen van je blootstelling aan Bisfenol A

 

 

 

 

 

 

 

De organische verbinding tussen fenol en aceton heet Bisfenol A in het Nederlands en Bisphenol A (BPA, meervoud BPS) in het Engels.

Het is één van de meest geproduceerde chemicaliën ter wereld met een jaarlijkse productie van meer dan 2 miljoen ton. 

 

waarvoor wordt Bisfenol gebruikt:

Bisfenol A wordt vooral gebruikt voor het vervaardigen polycarbonaat: hard en doorzichtig plastic.

Polycarbonaat is een belangrijke grondstof voor plastic flessen voor (baby)voeding en drinkwater, voor tafelbestek, voorwerpen die in de magnetron kunnen en harde plastic hoesjes voor bijvoorbeeld CD’s en DVD’s.

Bidfenol A in de vorm van bisfenol A diglycidylether (BADGE) wordt gebruikt in de beschermende epoxycoating aan de binnenkant van voedingsverpakkingen in blik of karton, in leidingen en reservoirs voor drinkwater.
Tenslotte kunnen we Bisfenol A vinden in vlamvertragende middelen (na bromering tot tetrabroombisfenol A), als oplosmiddel voor drukinkten die worden gebruikt bij bijvoorbeeld kassa bonnetjes en de laatste jaren steeds vaker in cosmetica. Ook via huidcontact kan Bisphenol het lichaam binnendringen.

Bisfenol A in verpakkingen van polycarbonaat of epoxycoatings kan migreren naar de voedingsmiddelen en zo door de mens opgenomen worden.

 

Hoe ontstaan de giftige werking van Bisfenol A:

Onder invloed van warmte Bisfenol A kan vrijkomen wanneer de esterverbindingen in de polymeren gehydrolyseerd worden.

Dit gebeurd bijvoorbeeld bij het steriliseren van babyflesjes of het opwarmen van kant-en-klaarmaaltijden in een magnetron.

Ook door contact met basische voedingsmiddelen (=niet zuur) of reinigingsmiddelen kan Bisfenol A vrijkomen.

 

Bisfenol A in het menselijk lichaam:

In de westerse wereld wordt Bisfenol A dan ook vrijwel iedereen in het lichaam aangetroffen.

Bisfenol A (en andere industriele chemicaliën) kunnen ook via de moeder aan een baby worden doorgegeven tijdens het verblijf in  de baarmoeder via het bloed en en daarna via de borstvoeding. 

Bisfenol A is een zogenaamde endocriene disruptor, dit wil zeggen dat het het menselijk hormoonstelsel kan beïnvloeden.

Sinds de jaren ’30 van de 20e eeuw is bekend dat Bisfenol A een (zwak) oestrogeen is. Ofwel een xeno-oestrogeen (xeno=vreemd).

Onderzoek, gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association, toont een verhoogd risico van Bisfenol A op het ontwikkelen van hartziekten en diabetes. Bidfenol wordt ook in verband gebracht met een verhoogd risico op overgewicht en oestrogeen afhankelijke kankers bij de mens en astma bij kinderen.

 

De mogelijke effecten van blootstelling aan lage doses van bisfenol A op de vruchtbaarheid en voortplanting is het onderwerp van een groot aantal wetenschappelijke studies en discussies.

 

Uit sommige studies op knaagdieren blijkt dat ook blootstelling aan lage doses bisfenol A nog nadelige effecten heeft zelfs bij niveaus in bloed en weefsel die lager zijn dan die bij mensen worden aangetroffen. Zelfs zwakke concentraties bisfenol A, die ruim onder het niveau liggen dat de Europese Voedselveiligheidsorganisatie EFSA als veilig beschouwt, hebben al een negatief effect op de productie van testosteron in de menselijke testes.

 

Wel is het zo dat knaagdieren Bisfenol A net iets ander verwerken dan mensen en dat muizen gevoeliger zijn voor een oestrogeeneffecten dan mensen. Resultaten van knaagdier studies zijn dus niet direct op mensen van toepassing.

Daarnaast blijken de resultaten van studies die worden gefinancierd door de overheid of de de industrie te verschillen met een trend dat er vaker schadelijke effecten worden gezien bij studies die door de overheid worden gefinancierd. 

 

Regelgeving over Bisfenol A:

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in 2007, net als de Environmental Protection Agency (EPA) in de Verenigde Staten, een Tolerable Daily Intake (TDI, aanvaardbare dagelijkse opname) van bisfenol A vastgesteld op 0,05 milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag (= 50 µg/kg/dag) 

 

De hoogste verwachte blootstelling aan Bisfenol A bij babies van 6 maanden, wordt geschat op 13 µg/kg/dag.

 

Europa heeft het gebruik van bisfenol A bij de productie van babyflesjes vanaf maart 2011 verboden en de verkoop en import van babyflesjes die Bisfenol A bevatten vanaf juni 2011.

Andere bronnen voor Bisfenol besmetting zijn nog niet door een (Europese) wet gereguleerd.

Frankrijk gaat per 1 januari 2015 een Bisfenol A verbod voor alle voedselverpakkingen invoeren.

 

 

De International Chemical Safety Card kan je informatie geven over veiligheidsaspecten van Bisfenol A en ook van andere stoffen. 

 

Ook de Nederlandse overheid houdt zich bezig met plastics getuige het rapport uit 2014 “Inventarisatie en prioritering van bronnen van emissies van microplastics”

 

Tips over voor het verminderen van je blootstelling aan Bisfenol A